De Nederlandse samenleving is op het gebied van vrijheid en tolerantie de afgelopen vijftien jaar nogal veranderd. Ik noem dat aantal jaren bewust, omdat de aanslag die vervloekte dag in september 2001 op onder meer de Twin Towers in New York een keerpunt is geweest in dit land als het erom gaat hoe we over minderheden denken. En dan vooral als die minderheden nogal wat noten op hun zang hebben en dingen zeggen die anderen niet welgevallig zijn, ondankbaar klinken en soms ook simpelweg haatdragend klinken en zijn.
In Nederland hebben we gelukkig geen terreuraanslagen meegemaakt zoals die de afgelopen weken, maanden en jaren wel hebben plaatsgevonden in respectievelijk Duitsland, België en Frankrijk. Afkloppen. Maar helaas realiseert ieder weldenkend mens zich dat dit slechts een kwestie van tijd is.
Waar we wel vaak genoeg mee te maken hebben gehad zijn demonstraties van boosheid en zelfs van haat en racisme. Van tegenstanders van Zwarte Piet, tegenstanders van asielzoekerscentra en vooral ook van Jodenhaters, die steeds vaker verstoppertje spelen achter het gebruik van termen als Zionisme, Apartheid en afkeer van de Israëlische politiek. Om aan deze haat uiting te geven lopen ze dan met spandoeken die - al dan niet in een taal die ze bij de NOS en het Openbaar Ministerie niet kunnen lezen - met deze boodschappen te koop in zogenaamde vreedzame demonstraties. Te denken valt aan uitspraken als 'Fuck de Talmoed' op de Dam en de oproep tot 'dood aan de Joden' in de Haagse Schilderswijk.
Nu is er de voormalige schreeuwlelijk, tegenwoordig gladde prater, Dyab Abou Jahjah, die door de VPRO is uitgenodigd voor de seizoensopener van het veelbekeken programma Zomergasten. Veel mensen met gezond verstand reageren begrijpelijkerwijs stomverbaasd dat een hater (die zich als typische wolf in schaapskleren vermomt als 'spraakmakende columnist', bruggenbouwer en wereldverbeteraar) van dit formaat de gelegenheid krijgt om drie uur lang een groot publiek op kosten van de belastingbetaler te laten delen in zijn visie op de wereld. Ik sluit niet uit dat hij op charmante wijze een heleboel mensen zal weten mee te krijgen tijdens het oplepelen van beelden, filmfragmenten en verhalen die getuigen van een oneerlijke wereld.
Toch ben ik dusdanig voorstander van het vrije woord dat ik vind dat zelfs uitschot als Jahjah moet kunnen zeggen wat hij wil, zolang hij daarvoor woorden gebruikt die wij allemaal kunnen verstaan. Net zo als ik vind dat ander uitschot moet kunnen zeggen geen liefhebber te zijn van de Talmoed, van de Staat Israël of zelfs van Joden. Zij hebben namelijk - binnen de kaders van de wet - het recht op het delen van hun verwrongen ideeën. Door ze daarover vrijuit te laten vertellen, komt hopelijk het drab en de smurrie die achter hun mooie woorden schuil gaat bovendrijven naar de oppervlakte en kan men daar van kennis nemen.
Wat me veel meer stoort dan de herkenbare haters, zijn de mensen die laffe smoesjes gebruiken om goed te praten waarom zij de haters aan het woord laten. Want zij doen dat niet vanwege dat vrije woord dat ik zo graag wil helpen verdedigen, maar verstoppen zich achter woorden die nog veel erger zijn dan van die haten. Wat te denken van Jurgen van Uden, dit jaar eindredacteur van Zomergasten, die ter verdediging van de keuze van Jahjah zegt: "Hij heeft interessante ideeën over stad en samenleving, heeft een rijk visueel geheugen en hij is een vlotte prater." Zeg dan gewoon eerlijk: we willen de boel prikkelen door hem aan het woord te laten. Dan komen we dichter bij de werkelijke bedoelingen van de programmamakers, die hiermee de verdenking op zich laten de werkelijke latente haters te zijn.
Er is nog een reden om mensen als Jahjah een podium te geven. Het zal namelijk interessant zijn om vast te stellen hoeveel mensen straks zullen laten horen dat hij eigenlijk zo erg niet is. Die onder de indruk zullen zijn van zijn gladde praatjes en voorbij gaan aan de dingen die hij onder andere omstandigheden heeft gezegd en geschreven toen hij nog bezig was langs meer militante weg naam te maken onder de haters in België en Nederland. Om vast te stellen uit welke hoeken de adhesiebetuigingen voor Jahjah allemaal naar buiten komen kruipen. Als dat soort sympathieën naar boven komen, weten we pas echt hoe laat het is in Nederland. Dan weten we of diegenen - mezelf incluis - die al enige tijd roepen zich steeds onbehaaglijker te voelen in Nederland, daar aanvullende reden voor te hebben.
Dus ja, geef mensen als Jahjah een podium. Het wordt tijd voor de samenleving om kleur te bekennen: staan wij achter de haters die zich als wolven hullen in schaapskleren? Of staan we voor de bescherming van degenen die gehaat en bedreigd worden èn tegelijkertijd voor het vrije woord? Want die twee gaan voor echte liefhebbers van democratie en vrijheid hand-in-hand.
vrijdag 29 juli 2016
dinsdag 20 oktober 2015
Vluchtelingen - geen kwestie van eenheidsworst
De aankondiging van een locatie voor tijdelijke vluchtelingenopvang in de Amstelveense wijk Kronenburg leek de afgelopen week op een ware Hoekse en Kabeljauwse twist binnen de Joodse gemeenschap in Nederland. Want ja, over de komst van 400 asielzoekers uit voornamelijk Syrië en Irak wordt uiteenlopend gedacht. En waarom ook niet? Joden zijn ook maar gewone mensen en zeker geen eenheidsworst.
De landelijke media smullen van zo’n interne strijd en, eerlijk is eerlijk, verschillende minder en meer prominente Joden leenden zich net iets te graag voor dit schouwspel. Ronnie Eisenmann, jarenlang voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam en tegenwoordig VVD politicus in Amsterdam Zuid nam donderdagavond in het RTLZ-programma Dunk plaats tegenover journalist Max van Weezel (video vanaf minuut 15). Diens schrijvende dochter Natascha had dezelfde avond bij Pauw de studentenrabbijn Yanki Jacobs tegenover zich. In de Volkskrant van zaterdag ging het twistgesprek tussen dezelfde Max van Weezel en Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, de koepel van de gevestigde orde onder Joodse instellingen.
Zijn die meningsverschillen nu werkelijk zo diep? Dat valt best mee. De ene spreker is wat beter gebekt dan de andere, de ene wat naïever dan de andere, of uitgesprokener, maar over enkele essentiële punten lijken ze het allemaal met elkaar eens. Om te beginnen het uitgangspunt dat leidend is voor iedere zichzelf respecterende Jood: wees barmhartig voor de vluchteling. En ook het tweede punt: de door de gemeente Amstelveen voor opvang gekozen locatie – op een belangrijke verkeersader tussen de drukste Joodse buurten in Amstelveen en Amsterdam - is ongelukkig. Waar gaan die meningsverschillen dan wèl over? Over angst en een gevoel van onveiligheid. En laten dat nu net punten zijn waarop iemand die die angst heeft en iemand die dat gevoel minder of niet heeft, de ander nooit zal kunnen overtuigen.
Die angst ligt bij sommigen diep. Ook ik ken dat gevoel me niet altijd en overal in Nederland even veilig te voelen. Op sommige plekken in de samenleving is antisemitisme nu eenmaal diep geworteld. Onder radicale moslims èn onder autochtone Nederlanders. En ook onder terroristen die ongemerkt ons land binnen komen uit andere delen van de wereld en kwaad in de zin hebben. Als de discussie dan gaat over de komst van mensen uit Syrië en Irak – landen waar de afgelopen 70 jaar Jodenhaat er bij de bevolking met de paplepel is ingegoten – in de enige Joodse omgeving die Nederland rijk is, dan mag daar best iets van gevonden worden.
Dat die angst niet ongegrond is blijkt bovendien wel uit de stap die de Nederlandse overheid op initiatief van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid heeft gezet door bij de Joodse scholen politiehuisjes en zwaarbewapende leden van de Koninklijke Marechaussee te plaatsen. Als je kinderen op de Joodse scholen hebt zitten, of je bezoekt dagelijks of wekelijks de synagoge, of je doet boodschappen in de kosjere winkels en eet in kosjere restaurants, dan is die angst simpelweg reëel. Geef je een andere invulling aan je Jodendom, dan ken je dat gevoel wellicht veel minder of misschien wel helemaal niet. En waar dat voor Joden onder elkaar opgaat, geldt dat al des te meer voor de niet-Joodse Nederlander. Want laten we wel wezen, de gemiddelde tv-kijker of krantenlezer in ons land kan zich (gelukkig) helemaal niet verplaatsen in die angst en in dat gevoel van onveiligheid van Joden die als zodanig herkenbaar - bijvoorbeeld vanwege een keppeltje - over straat lopen. En kunnen daar dan ook geen begrip voor opbrengen. Alleen al daarom is het jammer dat de Joods-interne polemiek voor het oog van de landelijke media wordt uitgemeten.
Ook is er de vraag: wie zijn die mensen die breeduit hun meningen verkondigen? Onder andere een politicus, een schrijfster, een journalist en een bestuurder van een koepelorganisatie. Stuk voor stuk mensen die niet kunnen stellen dat ze namens alle Joden spreken. Dat is altijd moeilijk, want vaak wordt wel de indruk gewekt dat zij namens een groep Joden of alle Joden spreken.
Voor wat het waard is: ook ik heb een eigen hoogstpersoonlijke mening: alle mensen die op de vlucht zijn voor vervolging moeten een warm welkom krijgen in Amstelveen en in heel Nederland. En: op de landelijke en lokale overheid rust de plicht om ervoor te zorgen dat er geen twijfel bestaat over de aard van de vluchteling (uitdrukkelijk niet economisch, dus), over zijn of haar bedoelingen in ons land en de bereidheid om de vrijheid van godsdienst, meningsuiting en geweten, zoals wij die in onze samenleving koesteren en uitdragen, zonder meer te omarmen.
Dit alles betekent in het geval van de gemeente Amstelveen ten aanzien van het verontruste deel van de Joodse gemeenschap een zware verantwoordelijkheid. Namelijk om zich van deze zaken te vergewissen, zodat iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond, deze mensen daadwerkelijk met open armen kan ontvangen. Het is aan de overheid om ervoor te zorgen dat reële angsten – ongeacht of anderen zich daarin kunnen verplaatsen - niet bewaarheid worden. Want ook voor vluchtelingen geldt: het is niet allemaal eenheidsworst.
Labels:
Amstelveen,
asielzoekers,
AZC,
CJO,
Dunk,
Joods,
Kronenburg,
Pauw,
RTLZ,
vluchtelingen,
VVD
maandag 16 februari 2015
Ik verfoei de dag...
![]() |
| De omgekomen bewaker Dan Uzan z"l |
Mei 2014 - dodelijke aanslag op het Joods museum in Brussel.
Januari 2015 - dodelijke aanslag op een kosjere supermarkt in Parijs.
Februari 2015 - dodelijke aanslag op een synagoge Kopenhagen.
Een Joodse bewaker werd afgelopen zaterdag voor de Kopenhaagse synagoge doodgeschoten. Hij beschermde met succes de leden van zijn gemeenschap tegen een terreuraanslag en bracht daarvoor het hoogste offer: zijn leven.
Maar het had net zo goed Nederland kunnen zijn en het had de zoon of dochter van vrienden of kennissen kunnen zijn, jongens en meisjes die elke dag de Joodse scholen, synagoges en andere gemeenschapsgebouwen in ons land beveiligen.
Toen ik de Franse premier Valls hoorde zeggen "La France sans les juifs de France n'est plus la France" was ik onder de indruk. Vandaag hoorde ik de Deense premier Helle Thorning-Schmidt letterlijk hetzelfde zeggen over de Joodse gemeenschap in haar land. Het deed me niets. En ik verfoei bij voorbaat de dag waarop ik de Nederlandse minister-president moet horen uitspreken: "Nederland zou Nederland niet zijn zonder de Joodse gemeenschap".
Labels:
Brussel,
Dan Uzan,
Hypercacher,
Joods,
Kopenhagen,
synagoge,
Thorning,
Toulouse,
Valls
woensdag 21 januari 2015
Joods mediabeleid is armoe troef
![]() |
| Jinek, 20 januari 2015 |
Het is niet best gesteld met de PR van Joods Nederland. Achter de schermen doen we het heel goed: de afschaffing van de kosjere slacht is met succes bevochten, Joods Maatschappelijk Werk behoudt zijn overheidssubsidie, het kabinet neemt steeds meer verantwoordelijkheid voor de beveiliging van Joodse instellingen, en als we de laatste berichten mogen geloven zijn we een heel eind op weg met de algehele wereldoverheersing. Maar vóór de schermen is het armoe troef.
In maart 2013 geleden schreef ik een stukje op de online community Jonet.nl, waarin ik de Joodse organisaties opriep om mediabeleid hoog op de agenda te plaatsen en een nieuwe generatie woordvoerders op te leiden. Het was tijd voor nieuwe sprekers voor Joods Nederland, beargumenteerde ik: "Het is de zwakte van de Nederlands-Joodse gemeenschap dat we kennelijk niet in staat zijn om communicatiegetrainde, mediagenieke woordvoerders naar voren te schuiven om steekhoudende standpunten goed over het voetlicht te brengen in dit soort maatschappelijke debatten, die als een denderende trein op ons af komen."
Het is nu twee jaar later en even dacht ik dat ik als een schreeuwende in de woestijn moet hebben geklonken, want behalve de gezichten die vanuit organisaties als het CIDI beroepshalve bij de nieuwsprogramma's aanschoven, zag ik geen verse gezichten en zelfs dan was het vaak bedroevend. Maar gisteravond (20 januari) werd ik verrast. Maar liefst drie Joodse gezichten op de bank bij Eva Jinek op NPO1: naast de Israelische ambassadeur Haim Divon de twintigers Natascha van Weezel en Chizki Loonstein. In een item van maar liefst 22 minuten mochten zij reageren op de vraag: "Hoe onveilig voelt de Joodse gemeenschap zich? Over angst, wantrouwen en toenemend antisemitisme." Heeft Joods Nederland dan misschien toch nieuwe jongeren weten op te leiden toen ik even niet oplette?
Er is nogal wat gebeurd de afgelopen tijd. De Joodse scholen worden al enige tijd beveiligd door de Koninklijke Marechaussee, bij alle synagogen in Nederland staan bemande politiehuisjes opgesteld. Sinds de laffe aanslag op de HyperCacher supermarkt in Parijs (daags na de even laffe aanslag op de redactie van Charlie Hebdo en op twee politieagenten) twee weken geleden, is ook in de Nederlandse samenleving en onder de landelijke politici het besef doorgedrongen dat terroristen Westerse waarden als vrijheid van meningsuiting op één lijn stellen met het bestaansrecht van Joden: beide moeten worden weggevaagd. Dus als Jinek daar een belangrijk deel van haar uitzending aan besteedt, dan sturen we onze beste mensen. Toch?
De eerste 12 minuten zijn alleen Natascha en Chizki aan het woord.
Voor Natascha is het gevoel van veiligheid onveranderd sinds Parijs. Ze vindt Israël niet veiliger dan Nederland en het is vooral een toevluchtsoord voor jongeren die een Joodse partner zoeken. De aanslagen op een Joodse school in Toulouse, het Joods museum in Brussel en de supermarkt in Parijs zijn ernstige incidenten, met de nadruk op incidenten. En een paar keer komt haar fixatie met de holocaust aan de orde. Ze maakte daar niet alleen Elke dag 4 mei over, maar ze plugt vooral De derde generatie, haar recente boek over de slachtoffergroep waartoe zij zichzelf rekent. Haar boodschap lijkt behalve de dialoog (hulde!) vooral: WijZijnAllenSlachtoffer. Niet echt het Joodse geluid dat we zouden moeten willen laten doorklinken.
De sympathiek ogende Chizki hekelt de evangelie van Dries van Agt en ik doe dat met hem. Maar nu we allemaal Charlie zijn en ons beter realiseren dat vrijheid van meningsuiting een onmetelijk groot goed is, zou het geblaf van Van Agt ons toch niet mogen deren, laat staan beangstigen. Het individuele recht om te zeggen wat je vindt en gelooft, zullen we als Nederlanders, als Joden, als moderne Europeanen hartstochtelijk moeten verdedigen, ook al zint het ons niet en voelen we ons erdoor gekrenkt. Kleine nuance: zolang je me maar niet bedreigt. In de woorden van Voltaire: "Monsieur l'abbé, je déteste ce que vous écrivez, mais je donnerai ma vie pour que vous puissiez continuer à écrire". Verder vindt Chizki dat Israël de Palestijnen niet onderdrukt. "Het tegendeel is waar" zegt hij zelfs. En ik denk te weten wat hij bedoelt, maar het klinkt niet bepaald overtuigend als je die bewoordingen kiest. En dat iedere terrorist van de afgelopen decennia een moslim was, is ook wel heel erg kort door de bocht en bovenal aantoonbaar onwaar.
Dan is eindelijk de beurt aan ambassadeur Divon. Die moet de avond redden, maar hij mislukt daar jammerlijk in. Het is holocaust voor en na, de typische "Godwin". En hij doet het voorkomen alsof er nu pas weer - 70 jaar na dato - sprake is van antisemitisme. Ambassadeurs moeten vooral goede diplomaten zijn. Goede sprekers zijn het zelden. Niettemin nodigt de Joodse gemeenschap graag de Israelische ambassadeur uit om te komen spreken. Prima. Maar een goed media optreden stelt andere eisen dan alleen de vaardigheden en plichtplegingen die het ambt van ambassadeur met zich meebrengt.
Laat ik het nogmaals gezegd hebben tegen de Joodse gemeenschap, mijn Joodse gemeenschap: leid sprekers op. Stop ze allereerst vol met dossierkennis en leer ze vervolgens hoe ze een boodschap helder moeten formuleren en overbrengen. Met de juiste uitstraling, de juiste woorden en met overtuiging. We hebben meer dan genoeg kennis in huis om dit te realiseren. Genoeg organisaties (o.a. CIDI, CJO, Joodse Omroep) en professionals die hier een aandeel aan kunnen leveren. We hebben goeie mensen in de media nodig. De volgende public affairs issue zal niet lang op zich laten wachten, dat is een ding dat zeker is.
Labels:
aanslagen,
Chizki Loonstein,
CIDI,
CJO,
Haim Divon,
Hypercacher,
Jinek,
Joods,
Natascha van Weezel,
Parijs
maandag 25 augustus 2014
Een goed onderduikadres
De wereld zoals we die kennen is erg veranderd in de afgelopen maanden. De geur van verrotting is nu zelfs doorgedrongen tot onze eigen steden, waar haat en geweld worden verheerlijkt en gepredikt. “Fuck de Talmoed” liet de menigte zich onder groot applaus welgevallen tijdens een demonstratie afgelopen zondag op de Dam. De politie deed niets. Hoe zou het zijn als er werd geschreeuwd: "Fuck de Koran!", dacht ik. De Dam zou te klein zijn geweest.
Dezelfde Dam waar ik zeven jaar geleden heb kunnen regelen dat we Chanoeka konden vieren met een grote menorah. Het gevoel van bevrijding van toen, het gevoel van “We zijn er!” heeft plaats gemaakt voor een gevoel van “Hoe lang zijn we hier nog?”.
Voor het eerst in m’n leven voel ik me onbehaaglijk, nog maar een klein stapje verwijderd van het gevoel in Nederland misschien niet thuis te zijn. Jarenlang heb ik me ingezet om de Joodse gemeenschap naar buiten te doen keren, bruggen te slaan naar andere gemeenschappen.
Het Joods-Marokkaans Netwerk waarbij ik vanaf het begin betrokken was, is jammerlijk mislukt. Wel ben ik erdoor bevriend geraakt met een handjevol Marokkaanse Nederlanders en daar ben ik dankbaar voor. Met een enkeling voel ik zelfs een diepe verwantschap. Toch ben ik door de oplaaiende Jodenhaat anders gaan kijken tegen de brede Marokkaanse gemeenschap en ook tegen de Nederlandse samenleving.
Die Nederlandse samenleving is me wel het meeste aan het tegenvallen. De vraag is zelfs in me opgekomen wie het voor me zou opnemen als die Jodenhaat ernstigere vormen zou gaan aannemen. Op de overheid durf ik niet meer te vertrouwen nadat de burgemeester van Den Haag en nu zelfs van Amsterdam niet ingrijpt als Joden en het Jodendom worden bedreigd.
Vaak heb ik schertsend met vrienden gesproken over GOA’tjes – goede onderduikadressen – voor als het ooit weer nodig mocht zijn. Ik heb me er de afgelopen tijd op betrapt serieuzer naar dat korte lijstje in m’n hoofd te kijken.
Vaak heb ik schertsend met vrienden gesproken over GOA’tjes – goede onderduikadressen – voor als het ooit weer nodig mocht zijn. Ik heb me er de afgelopen tijd op betrapt serieuzer naar dat korte lijstje in m’n hoofd te kijken.
Ik schrik van de polariserende standpunten, meningen en gevoelens die via de sociale media worden geuit. Op Twitter is een genuanceerde opvatting kennelijk het slechtste dat je kan hebben. Na 10.000 tweets heb ik er daarom voor gekozen om er even een time-out te nemen.
Op Facebook is de situatie al bijna net zo erg. Afgezien van de vrolijke berichten en icebucket challenges, verharden ook hier de standpunten. Bij sommige van m’n FB-vrienden gaat het alleen nog maar over het Gaza, Hamas en Israel, over haat en nijd. De strijdvaardigheid in de Joodse gemeenschap is toegenomen. Veel mensen vinden - terecht - dat het niet opnieuw mag gebeuren dat wij ons laten wegpesten, in mekaar laten slaan of erger. En dat verhardt de toon van iedere discussie. Mensen met wie ik dacht het goed te kunnen vinden, worden ineens boos als ik nuance probeer aan te brengen in een veel te felle of eenzijdige discussie. Ik kan het hebben, maar het is geen fijn gevoel. Anderen uit eigen kring worden in agressieve bewoordingen zelfs nagenoeg afgemaakt omdat zij er een mening op na houden die afwijkt van wat de meesten vinden. En ergens begrijp ik het ook. We voelen ons onzeker en we zoeken steun bij gelijkgestemden. Maar ik wil hier niet aan meedoen, ik wil niet meeschreeuwen, ik wil mezelf blijven. Ook diegenen die het anders zien, moeten we in hun waarde weten te laten. Respect voor elkaar is een belangrijk goed, ook als je het oneens bent over belangrijke zaken.
Een onbehaaglijk gevoel heeft zich ontegenzeglijk van mij meester gemaakt. Want in mijn meest boze dromen heb ik niet kunnen voorzien dat het zover zou komen. Dat ik mensen zichzelf hoor afvragen of ze de mezoeza niet beter van de deur kunnen halen. Dat ik vrienden die hier diepgeworteld zijn hoor zeggen dat ze geïnformeerd hebben wat nodig is om naar Israël te emigreren als het hier erger mocht worden. Dat ik mezelf hoor denken: ‘Zo’n vaart zal het hier niet lopen', waarna ik misselijk wordt bij de gedachte dat velen dit hebben gezegd en gedacht eind jaren ’30. Toch gaat de vergelijking met die tijd op een heleboel punten mank. En op een aantal andere punten, vrees ik, ook weer niet. En als ik beide kanten van de vergelijking op een weegschaaltje plaats, kan ik aan dat aanhoudende onbehaaglijke gevoel niet ontkomen.
“Fuck de Talmoed!” werd er geschreeuwd op de Dam. Hoe lang nog voordat er de Talmoed wordt verbrand, zonder dat daartegen wordt ingegrepen? “Da wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen”, schreef Heinrich Heine. Die gedachte vliegt me aan. En dus moeten we ons strijdbaar opstellen, ook ik, omdat de kans klein is dat anderen voor ons zullen opkomen als het er echt op aan komt. Dan maar even geen vrienden maken en misschien zelfs vriendschappen opofferen voor een groter goed: de strijd tegen Jodenhaat en dus de strijd voor het eigen lijfsbehoud.
Want ik wil niet serieus hoeven na te denken over GOA’tjes.
© David Serphos
© David Serphos
vrijdag 25 juli 2014
De vijand is niet meer onzichtbaar
Ik voel me somber en verdrietig. En boos. Nee, woedend. Op Jozias van Aartsen.
Nooit eerder heb ik het gevoel gehad onveilig te zijn in Nederland. Ja, natuurlijk is dat gevoel voor een onzichtbare vijand er altijd geweest, als kind op de met een hek beveiligde Joodse school en toen ik enkele dagen na 9/11 in een vliegtuig stapte, maar sinds gisteren is er iets veranderd. De vijand is niet meer onzichtbaar. Hij en nog honderd maatjes konden gisteren in Den Haag tijdens een demonstratie vrijuit roepen dat Joden dood moeten.
Dat doel, in verschillende kromme zinsconstructies uitgeschreeuwd, is gisteren gehoord door verschillende aanwezige journalisten. Zelfs de NOS heeft het durven melden. Toch verklaarde burgemeester Van Aartsen vandaag dat de aanwezige politie geen grensoverschrijdend gedrag heeft waargenomen. Dat kan betekenen dat de aanwezige dienders doof waren, maar aannemelijker lijkt het dat het scanderen van puur antisemitische en levensbedreigende taal voor Van Aartsen binnen de grenzen van het betamelijke valt. Hij laat het verder aan het OM over om te bepalen of er misschien toch dingen zijn gezegd die strafbaar zijn. Feit is dat Van Aartsen zelf te laf is geweest om op te treden tegen de vrienden van de Jihad en van ISIS, ontegenzeglijk de bloedigste en meest moorddadige schoften die vandaag deze aarde bevolken. Iemand met knikkende knieën zou niet de eerste burger van de stad van vrede en recht - bovendien de stad waar de regering zetelt - moeten zijn.
Van Aartsen laat in het gunstigste geval de verdenking op zich bang te zijn voor het tuig dat hij een demonstratievergunning heeft gegeven. In het ongunstige geval is hij iemand die het oproepen tot het doden van Joden en misschien wel die daad zelf niet zo ernstig vindt. Vorige week dronk hij - na een eerdere demonstratie met antisemitische elementen -een kopje koffie met vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg en het CIDI, waarin hij aangaf dat er voor antisemitisme geen ruimte is in Den Haag. En dat brengt me tot de derde mogelijkheid: de man kan bang zijn voor haatzaaiers, maar niet voor een leugentje.
In alle drie de gevallen moet hij gedwongen worden op te stappen. Met zulke vrienden heeft het openbaar bestuur in Nederland geen vijanden nodig.
© David Serphos
Nooit eerder heb ik het gevoel gehad onveilig te zijn in Nederland. Ja, natuurlijk is dat gevoel voor een onzichtbare vijand er altijd geweest, als kind op de met een hek beveiligde Joodse school en toen ik enkele dagen na 9/11 in een vliegtuig stapte, maar sinds gisteren is er iets veranderd. De vijand is niet meer onzichtbaar. Hij en nog honderd maatjes konden gisteren in Den Haag tijdens een demonstratie vrijuit roepen dat Joden dood moeten.
Dat doel, in verschillende kromme zinsconstructies uitgeschreeuwd, is gisteren gehoord door verschillende aanwezige journalisten. Zelfs de NOS heeft het durven melden. Toch verklaarde burgemeester Van Aartsen vandaag dat de aanwezige politie geen grensoverschrijdend gedrag heeft waargenomen. Dat kan betekenen dat de aanwezige dienders doof waren, maar aannemelijker lijkt het dat het scanderen van puur antisemitische en levensbedreigende taal voor Van Aartsen binnen de grenzen van het betamelijke valt. Hij laat het verder aan het OM over om te bepalen of er misschien toch dingen zijn gezegd die strafbaar zijn. Feit is dat Van Aartsen zelf te laf is geweest om op te treden tegen de vrienden van de Jihad en van ISIS, ontegenzeglijk de bloedigste en meest moorddadige schoften die vandaag deze aarde bevolken. Iemand met knikkende knieën zou niet de eerste burger van de stad van vrede en recht - bovendien de stad waar de regering zetelt - moeten zijn.
Van Aartsen laat in het gunstigste geval de verdenking op zich bang te zijn voor het tuig dat hij een demonstratievergunning heeft gegeven. In het ongunstige geval is hij iemand die het oproepen tot het doden van Joden en misschien wel die daad zelf niet zo ernstig vindt. Vorige week dronk hij - na een eerdere demonstratie met antisemitische elementen -een kopje koffie met vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg en het CIDI, waarin hij aangaf dat er voor antisemitisme geen ruimte is in Den Haag. En dat brengt me tot de derde mogelijkheid: de man kan bang zijn voor haatzaaiers, maar niet voor een leugentje.
In alle drie de gevallen moet hij gedwongen worden op te stappen. Met zulke vrienden heeft het openbaar bestuur in Nederland geen vijanden nodig.
© David Serphos
Labels:
Aartsen,
antisemitisme,
Centraal Joods Overleg,
CIDI,
Den Haag,
Isis,
Jihad,
Joden,
NOS
maandag 2 juni 2014
Open brief aan Minister Opstelten
![]() |
| Het moment van de terroristische aanslag op het Joods Museum in Brussel, waarbij 4 personen de dood vonden. |
De vermoedelijke dader van de aanslag op het Joods Museum in Brussel is aangehouden. “Zie je wel”, hoor ik u denken. “Niets aan de hand. Er is in Nederland geen sprake van terreurdreiging en al helemaal niet op Joodse doelen.”
Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er in Nederland (godzijdank) nog nooit een aanslag heeft plaatsgevonden? Dat komt omdat sinds het begin van de jaren ’70 de Joodse gemeenschap de eigen beveiliging zeer consciëntieus heeft genomen. Wij (ik was 9 toen het eerste hek rond Rosj Pina werd gebouwd) en onze kinderen hebben ermee moeten leren leven. We hebben ons met z’n allen er blauw aan betaald, maar het was het ons waard. Bewakers voor de scholen, voor de synagogen, mee op schoolreisjes en op onze feesten en partijen.
Het is niet verbazingwekkend dat de aanslag in Brussel plaatsvond waar deze plaatsvond. Er was geen bewaking. Terroristen zoeken nu eenmaal de weg van de minste weerstand. Het is juist ómdat wij onze gemeenschap bewaken en óndanks het feit dat u het als minister niet nodig vindt om daar uw verantwoordelijkheid in te nemen, dat het bij ons tot nu toe rustig is gebleven.
De vermoedelijke dader van de aanslag in Brussel is een teruggekeerde Jihad-strijder. De Franse autoriteiten hielden hem in de gaten. De Belgische niet en de Nederlandse ook niet. Dat is beangstigend, want terroristen respecteren geen landsgrenzen. Hij is ook niet aangehouden omdát hij in de gaten werd gehouden, maar omdat er een drugscontrole plaatsvond op bussen afkomstig uit Nederland. Stom toeval en niets met opsporingswerk te maken.
U probeert ons wijs te maken dat er in Nederland geen sprake is van acute terreurdreiging en al helemaal niet op Joodse doelen. Feit is dat u dat helemaal niet weet en de AIVD evenmin. Want zelfs als we al wisten wie de potentiële terroristen waren, dan nog beschikken we niet over de middelen om ze in de gaten te houden. Niet in Nederland en al helemaal niet in Europees verband. Dat heeft de Brusselse aanslag maar even bewezen.
U komt pas in actie als ook in Nederland (God verhoede) het kalf zal zijn verdronken. In de tussentijd probeert u ons te sussen met uw “Ga maar rustig slapen, hier is niets aan de hand,” een mantra die u alleen maar kunt volhouden omdat en zolang de Joodse gemeenschap doet wat de landelijke overheid zou moeten doen: mensen beschermen tegen terreur. In die zin helpen wij u aan een self-fulfilling prophecy. U kunt rustig gaan slapen terwijl onze bewakers de wacht houden.
Geen dank.
© David Serphos
________________
Naschrift 6 juni 2014:
http://nos.nl/artikel/657421-extra-beveiliging-joodse-gebouwen.html
Labels:
beveiliging,
Brussel,
Jihad,
Joods,
Opstelten,
terreur,
terrorisme,
veiligheid
Abonneren op:
Posts (Atom)





