Posts tonen met het label Joods. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joods. Alle posts tonen

dinsdag 20 oktober 2015

Vluchtelingen - geen kwestie van eenheidsworst


De aankondiging van een locatie voor tijdelijke vluchtelingenopvang in de Amstelveense wijk Kronenburg leek de afgelopen week op een ware Hoekse en Kabeljauwse twist binnen de Joodse gemeenschap in Nederland. Want ja, over de komst van 400 asielzoekers uit voornamelijk Syrië en Irak wordt uiteenlopend gedacht. En waarom ook niet? Joden zijn ook maar gewone mensen en zeker geen eenheidsworst.

De landelijke media smullen van zo’n interne strijd en, eerlijk is eerlijk, verschillende minder en meer prominente Joden leenden zich net iets te graag voor dit schouwspel. Ronnie Eisenmann, jarenlang voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam en tegenwoordig VVD politicus in Amsterdam Zuid nam donderdagavond in het RTLZ-programma Dunk plaats tegenover journalist Max van Weezel (video vanaf minuut 15). Diens schrijvende dochter Natascha had dezelfde avond bij Pauw de studentenrabbijn Yanki Jacobs tegenover zich. In de Volkskrant van zaterdag ging het twistgesprek tussen dezelfde Max van Weezel en Ron van der Wieken, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, de koepel van de gevestigde orde onder Joodse instellingen.

Zijn die meningsverschillen nu werkelijk zo diep? Dat valt best mee. De ene spreker is wat beter gebekt dan de andere, de ene wat naïever dan de andere, of uitgesprokener, maar over enkele essentiële punten lijken ze het allemaal met elkaar eens. Om te beginnen het uitgangspunt dat leidend is voor iedere zichzelf respecterende Jood: wees barmhartig voor de vluchteling. En ook het tweede punt: de door de gemeente Amstelveen voor opvang gekozen locatie – op een belangrijke verkeersader tussen de drukste Joodse buurten in Amstelveen en Amsterdam -  is ongelukkig. Waar gaan die meningsverschillen dan wèl over? Over angst en een gevoel van onveiligheid. En laten dat nu net punten zijn waarop iemand die die angst heeft en iemand die dat gevoel minder of niet heeft, de ander nooit zal kunnen overtuigen.

Die angst ligt bij sommigen diep. Ook ik ken dat gevoel me niet altijd en overal in Nederland even veilig te voelen. Op sommige plekken in de samenleving is antisemitisme nu eenmaal diep geworteld. Onder radicale moslims èn onder autochtone Nederlanders. En ook onder terroristen die ongemerkt ons land binnen komen uit andere delen van de wereld en kwaad in de zin hebben. Als de discussie dan gaat over de komst van mensen uit Syrië en Irak – landen waar de afgelopen 70 jaar Jodenhaat er bij de bevolking met de paplepel is ingegoten – in de enige Joodse omgeving die Nederland rijk is, dan mag daar best iets van gevonden worden. 

Dat die angst niet ongegrond is blijkt bovendien wel uit de stap die de Nederlandse overheid op initiatief van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid heeft gezet door bij de Joodse scholen politiehuisjes en zwaarbewapende leden van de Koninklijke Marechaussee te plaatsen. Als je kinderen op de Joodse scholen hebt zitten, of je bezoekt dagelijks of wekelijks de synagoge, of je doet boodschappen in de kosjere winkels en eet in kosjere restaurants, dan is die angst simpelweg reëel. Geef je een andere invulling aan je Jodendom, dan ken je dat gevoel wellicht veel minder of misschien wel helemaal niet. En waar dat voor Joden onder elkaar opgaat, geldt dat al des te meer voor de niet-Joodse Nederlander. Want laten we wel wezen, de gemiddelde tv-kijker of krantenlezer in ons land kan zich (gelukkig) helemaal niet verplaatsen in die angst en in dat gevoel van onveiligheid van Joden die als zodanig herkenbaar - bijvoorbeeld vanwege een keppeltje - over straat lopen. En kunnen daar dan ook geen begrip voor opbrengen. Alleen al daarom is het jammer dat de Joods-interne polemiek voor het oog van de landelijke media wordt uitgemeten.

Ook is er de vraag: wie zijn die mensen die breeduit hun meningen verkondigen? Onder andere een politicus, een schrijfster, een journalist en een bestuurder van een koepelorganisatie. Stuk voor stuk mensen die niet kunnen stellen dat ze namens alle Joden spreken. Dat is altijd moeilijk, want vaak wordt wel de indruk gewekt dat zij namens een groep Joden of alle Joden spreken. 

Voor wat het waard is: ook ik heb een eigen hoogstpersoonlijke mening: alle mensen die op de vlucht zijn voor vervolging moeten een warm welkom krijgen in Amstelveen en in heel Nederland. En: op de landelijke en lokale overheid rust de plicht om ervoor te zorgen dat er geen twijfel bestaat over de aard van de vluchteling (uitdrukkelijk niet economisch, dus), over zijn of haar bedoelingen in ons land en de bereidheid om de vrijheid van godsdienst, meningsuiting en geweten, zoals wij die in onze samenleving koesteren en uitdragen, zonder meer te omarmen. 

Dit alles betekent in het geval van de gemeente Amstelveen ten aanzien van het verontruste deel van de Joodse gemeenschap een zware verantwoordelijkheid. Namelijk om zich van deze zaken te vergewissen, zodat iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond, deze mensen daadwerkelijk met open armen kan ontvangen. Het is aan de overheid om ervoor te zorgen dat reële angsten – ongeacht of anderen zich daarin kunnen verplaatsen - niet bewaarheid worden. Want ook voor vluchtelingen geldt: het is niet allemaal eenheidsworst.

maandag 16 februari 2015

Ik verfoei de dag...

De omgekomen bewaker Dan Uzan z"l
Maart 2012 - dodelijke aanslag op Joodse school in Toulouse

Mei 2014 - dodelijke aanslag op het Joods museum in Brussel.

Januari 2015 - dodelijke aanslag op een kosjere supermarkt in Parijs.

Februari 2015 - dodelijke aanslag op een synagoge Kopenhagen.

Een Joodse bewaker werd afgelopen zaterdag voor de Kopenhaagse synagoge doodgeschoten. Hij beschermde met succes de leden van zijn gemeenschap tegen een terreuraanslag en bracht daarvoor het hoogste offer: zijn leven.

Maar het had net zo goed Nederland kunnen zijn en het had de zoon of dochter van vrienden of kennissen kunnen zijn, jongens en meisjes die elke dag de Joodse scholen, synagoges en andere gemeenschapsgebouwen in ons land beveiligen.

Toen ik de Franse premier Valls hoorde zeggen "La France sans les juifs de France n'est plus la France" was ik onder de indruk. Vandaag hoorde ik de Deense premier Helle Thorning-Schmidt letterlijk hetzelfde zeggen over de Joodse gemeenschap in haar land. Het deed me niets. En ik verfoei bij voorbaat de dag waarop ik de Nederlandse minister-president moet horen uitspreken: "Nederland zou Nederland niet zijn zonder de Joodse gemeenschap".

woensdag 21 januari 2015

Joods mediabeleid is armoe troef

Jinek, 20 januari 2015

Het is niet best gesteld met de PR van Joods Nederland. Achter de schermen doen we het heel goed: de afschaffing van de kosjere slacht is met succes bevochten, Joods Maatschappelijk Werk behoudt zijn overheidssubsidie, het kabinet neemt steeds meer verantwoordelijkheid voor de beveiliging van Joodse instellingen, en als we de laatste berichten mogen geloven zijn we een heel eind op weg met de algehele wereldoverheersing. Maar vóór de schermen is het armoe troef.

In maart 2013 geleden schreef ik een stukje op de online community Jonet.nl, waarin ik de Joodse organisaties opriep om mediabeleid hoog op de agenda te plaatsen en een nieuwe generatie woordvoerders op te leiden. Het was tijd voor nieuwe sprekers voor Joods Nederland, beargumenteerde ik: "Het is de zwakte van de Nederlands-Joodse gemeenschap dat we kennelijk niet in staat zijn om communicatiegetrainde, mediagenieke woordvoerders naar voren te schuiven om steekhoudende standpunten goed over het voetlicht te brengen in dit soort maatschappelijke debatten, die als een denderende trein op ons af komen."

Het is nu twee jaar later en even dacht ik dat ik als een schreeuwende in de woestijn moet hebben geklonken, want behalve de gezichten die vanuit organisaties als het CIDI beroepshalve bij de nieuwsprogramma's aanschoven, zag ik geen verse gezichten en zelfs dan was het vaak bedroevend. Maar gisteravond (20 januari) werd ik verrast. Maar liefst drie Joodse gezichten op de bank bij Eva Jinek op NPO1: naast de Israelische ambassadeur Haim Divon de twintigers Natascha van Weezel en Chizki Loonstein. In een item van maar liefst 22 minuten mochten zij reageren op de vraag: "Hoe onveilig voelt de Joodse gemeenschap zich? Over angst, wantrouwen en toenemend antisemitisme."  Heeft Joods Nederland dan misschien toch nieuwe jongeren weten op te leiden toen ik even niet oplette?

Er is nogal wat gebeurd de afgelopen tijd. De Joodse scholen worden al enige tijd beveiligd door de Koninklijke Marechaussee, bij alle synagogen in Nederland staan bemande politiehuisjes opgesteld. Sinds de laffe aanslag op de HyperCacher supermarkt in Parijs (daags na de even laffe aanslag op de redactie van Charlie Hebdo en op twee politieagenten) twee weken geleden, is ook in de Nederlandse samenleving en onder de landelijke politici het besef doorgedrongen dat terroristen Westerse waarden als vrijheid van meningsuiting op één lijn stellen met het bestaansrecht van Joden: beide moeten worden weggevaagd. Dus als Jinek daar een belangrijk deel van haar uitzending aan besteedt, dan sturen we onze beste mensen. Toch?

De eerste 12 minuten zijn alleen Natascha en Chizki aan het woord.
Voor Natascha is het gevoel van veiligheid onveranderd sinds Parijs. Ze vindt Israël niet veiliger dan Nederland en het is vooral een toevluchtsoord voor jongeren die een Joodse partner zoeken. De aanslagen op een Joodse school in Toulouse, het Joods museum in Brussel en de supermarkt in Parijs zijn ernstige incidenten, met de nadruk op incidenten. En een paar keer komt haar fixatie met de holocaust aan de orde. Ze maakte daar niet alleen Elke dag 4 mei over, maar ze plugt vooral De derde generatie, haar recente boek over de slachtoffergroep waartoe zij zichzelf rekent. Haar boodschap lijkt behalve de dialoog (hulde!) vooral: WijZijnAllenSlachtoffer. Niet echt het Joodse geluid dat we zouden moeten willen laten doorklinken.

De sympathiek ogende Chizki hekelt de evangelie van Dries van Agt en ik doe dat met hem. Maar nu we allemaal Charlie zijn en ons beter realiseren dat vrijheid van meningsuiting een onmetelijk groot goed is, zou het geblaf van Van Agt ons toch niet mogen deren, laat staan beangstigen. Het individuele recht om te zeggen wat je vindt en gelooft, zullen we als Nederlanders, als Joden, als moderne Europeanen hartstochtelijk moeten verdedigen, ook al zint het ons niet en voelen we ons erdoor gekrenkt. Kleine nuance: zolang je me maar niet bedreigt. In de woorden van Voltaire: "Monsieur l'abbé, je déteste ce que vous écrivez, mais je donnerai ma vie pour que vous puissiez continuer à écrire". Verder vindt Chizki dat Israël de Palestijnen niet onderdrukt. "Het tegendeel is waar" zegt hij zelfs. En ik denk te weten wat hij bedoelt, maar het klinkt niet bepaald overtuigend als je die bewoordingen kiest. En dat iedere terrorist van de afgelopen decennia een moslim was, is ook wel heel erg kort door de bocht en bovenal aantoonbaar onwaar.

Dan is eindelijk de beurt aan ambassadeur Divon. Die moet de avond redden, maar hij mislukt daar jammerlijk in. Het is holocaust voor en na, de typische "Godwin". En hij doet het voorkomen alsof er nu pas weer - 70 jaar na dato - sprake is van antisemitisme. Ambassadeurs moeten vooral goede diplomaten zijn. Goede sprekers zijn het zelden. Niettemin nodigt de Joodse gemeenschap graag de Israelische ambassadeur uit om te komen spreken. Prima. Maar een goed media optreden stelt andere eisen dan alleen de vaardigheden en plichtplegingen die het ambt van ambassadeur met zich meebrengt.

Laat ik het nogmaals gezegd hebben tegen de Joodse gemeenschap, mijn Joodse gemeenschap: leid sprekers op. Stop ze allereerst vol met dossierkennis en leer ze vervolgens hoe ze een boodschap helder moeten formuleren en overbrengen. Met de juiste uitstraling, de juiste woorden en met overtuiging. We hebben meer dan genoeg kennis in huis om dit te realiseren. Genoeg organisaties (o.a. CIDI, CJO, Joodse Omroep) en professionals die hier een aandeel aan kunnen leveren. We hebben goeie mensen in de media nodig. De volgende public affairs issue zal niet lang op zich laten wachten, dat is een ding dat zeker is.

maandag 25 augustus 2014

Een goed onderduikadres

De wereld zoals we die kennen is erg veranderd in de afgelopen maanden. De geur van verrotting is nu zelfs doorgedrongen tot onze eigen steden, waar haat en geweld worden verheerlijkt en gepredikt. “Fuck de Talmoed” liet de menigte zich onder groot applaus welgevallen tijdens een demonstratie afgelopen zondag op de Dam. De politie deed niets. Hoe zou het zijn als er werd geschreeuwd: "Fuck de Koran!", dacht ik. De Dam zou te klein zijn geweest. 

Dezelfde Dam waar ik zeven jaar geleden heb kunnen regelen dat we Chanoeka konden vieren met een grote menorah. Het gevoel van bevrijding van toen, het gevoel van “We zijn er!” heeft plaats gemaakt voor een gevoel van “Hoe lang zijn we hier nog?”.

Voor het eerst in m’n leven voel ik me onbehaaglijk, nog maar een klein stapje verwijderd van het gevoel in Nederland misschien niet thuis te zijn. Jarenlang heb ik me ingezet om de Joodse gemeenschap naar buiten te doen keren, bruggen te slaan naar andere gemeenschappen.
Het Joods-Marokkaans Netwerk waarbij ik vanaf het begin betrokken was, is jammerlijk mislukt. Wel ben ik erdoor bevriend geraakt met een handjevol Marokkaanse Nederlanders en daar ben ik dankbaar voor. Met een enkeling voel ik zelfs een diepe verwantschap. Toch ben ik door de oplaaiende Jodenhaat anders gaan kijken tegen de brede Marokkaanse gemeenschap en ook tegen de Nederlandse samenleving.

Die Nederlandse samenleving is me wel het meeste aan het tegenvallen. De vraag is zelfs in me opgekomen wie het voor me zou opnemen als die Jodenhaat ernstigere vormen zou gaan aannemen. Op de overheid durf ik niet meer te vertrouwen nadat de burgemeester van Den Haag en nu zelfs van Amsterdam niet ingrijpt als Joden en het Jodendom worden bedreigd.
Vaak heb ik schertsend met vrienden gesproken over GOA’tjes – goede onderduikadressen – voor als het ooit weer nodig mocht zijn. Ik heb me er de afgelopen tijd op betrapt serieuzer naar dat korte lijstje in m’n hoofd te kijken.

Ik schrik van de polariserende standpunten, meningen en gevoelens die via de sociale media worden geuit. Op Twitter is een genuanceerde opvatting kennelijk het slechtste dat je kan hebben. Na 10.000 tweets heb ik er daarom voor gekozen om er even een time-out te nemen.

Op Facebook is de situatie al bijna net zo erg. Afgezien van de vrolijke berichten en icebucket challenges, verharden ook hier de standpunten. Bij sommige van m’n FB-vrienden gaat het alleen nog maar over het Gaza, Hamas en Israel, over haat en nijd.  De strijdvaardigheid in de Joodse gemeenschap is toegenomen. Veel mensen vinden - terecht - dat het niet opnieuw mag gebeuren dat wij ons laten wegpesten, in mekaar laten slaan of erger. En dat verhardt de toon van iedere discussie. Mensen met wie ik dacht het goed te kunnen vinden, worden ineens boos als ik nuance probeer aan te brengen in een veel te felle of eenzijdige discussie. Ik kan het hebben, maar het is geen fijn gevoel. Anderen uit eigen kring worden in agressieve bewoordingen zelfs nagenoeg afgemaakt omdat zij er een mening op na houden die afwijkt van wat de meesten vinden.  En ergens begrijp ik het ook. We voelen ons onzeker en we zoeken steun bij gelijkgestemden. Maar ik wil hier niet aan meedoen, ik wil niet meeschreeuwen, ik wil mezelf blijven. Ook diegenen die het anders zien, moeten we in hun waarde weten te laten. Respect voor elkaar is een belangrijk goed, ook als je het oneens bent over belangrijke zaken.

Een onbehaaglijk gevoel heeft zich ontegenzeglijk van mij meester gemaakt. Want in mijn meest boze dromen heb ik niet kunnen voorzien dat het zover zou komen. Dat ik mensen zichzelf hoor afvragen of ze de mezoeza niet beter van de deur kunnen halen. Dat ik vrienden die hier diepgeworteld zijn hoor zeggen dat ze geïnformeerd hebben wat nodig is om naar Israël te emigreren als het hier erger mocht worden. Dat ik mezelf hoor denken: ‘Zo’n vaart zal het hier niet lopen', waarna ik misselijk wordt bij de gedachte dat velen dit hebben gezegd en gedacht eind jaren ’30. Toch gaat de vergelijking met die tijd op een heleboel punten mank. En op een aantal andere punten, vrees ik, ook weer niet. En als ik beide kanten van de vergelijking op een weegschaaltje plaats, kan ik aan dat aanhoudende onbehaaglijke gevoel niet ontkomen.

“Fuck de Talmoed!” werd er geschreeuwd op de Dam. Hoe lang nog voordat er de Talmoed wordt verbrand, zonder dat daartegen wordt ingegrepen? “Da wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen”, schreef Heinrich Heine. Die gedachte vliegt me aan. En dus moeten we ons strijdbaar opstellen, ook ik, omdat de kans klein is dat anderen voor ons zullen opkomen als het er echt op aan komt. Dan maar even geen vrienden maken en misschien zelfs vriendschappen opofferen voor een groter goed: de strijd tegen Jodenhaat en dus de strijd voor het eigen lijfsbehoud. 
Want ik wil niet serieus hoeven na te denken over GOA’tjes.

© David Serphos

maandag 2 juni 2014

Open brief aan Minister Opstelten

Het moment van de terroristische aanslag op het Joods Museum
in Brussel, waarbij 4 personen de dood vonden.
Geachte minister Opstelten,
De vermoedelijke dader van de aanslag op het Joods Museum in Brussel is aangehouden. “Zie je wel”, hoor ik u denken. “Niets aan de hand. Er is in Nederland geen sprake van terreurdreiging en al helemaal niet op Joodse doelen.”
Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er in Nederland (godzijdank) nog nooit een aanslag heeft plaatsgevonden? Dat komt omdat sinds het begin van de jaren ’70 de Joodse gemeenschap de eigen beveiliging zeer consciëntieus heeft genomen. Wij (ik was 9 toen het eerste hek rond Rosj Pina werd gebouwd) en onze kinderen hebben ermee moeten leren leven. We hebben ons met z’n allen er blauw aan betaald, maar het was het ons waard. Bewakers voor de scholen, voor de synagogen, mee op schoolreisjes en op onze feesten en partijen.
Het is niet verbazingwekkend dat de aanslag in Brussel plaatsvond waar deze plaatsvond. Er was geen bewaking. Terroristen zoeken nu eenmaal de weg van de minste weerstand. Het is juist ómdat wij onze gemeenschap bewaken en óndanks het feit dat u het als minister niet nodig vindt om daar uw verantwoordelijkheid in te nemen, dat het bij ons tot nu toe rustig is gebleven.
De vermoedelijke dader van de aanslag in Brussel is een teruggekeerde Jihad-strijder. De Franse autoriteiten hielden hem in de gaten. De Belgische niet en de Nederlandse ook niet. Dat is beangstigend, want terroristen respecteren geen landsgrenzen. Hij is ook niet aangehouden omdát hij in de gaten werd gehouden, maar omdat er een drugscontrole plaatsvond op bussen afkomstig uit Nederland. Stom toeval en niets met opsporingswerk te maken.
U probeert ons wijs te maken dat er in Nederland geen sprake is van acute terreurdreiging en al helemaal niet op Joodse doelen. Feit is dat u dat helemaal niet weet en de AIVD evenmin. Want zelfs als we al wisten wie de potentiële terroristen waren, dan nog beschikken we niet over de middelen om ze in de gaten te houden. Niet in Nederland en al helemaal niet in Europees verband. Dat heeft de Brusselse aanslag maar even bewezen.
U komt pas in actie als ook in Nederland (God verhoede) het kalf zal zijn verdronken. In de tussentijd probeert u ons te sussen met uw “Ga maar rustig slapen, hier is niets aan de hand,” een mantra die u alleen maar kunt volhouden omdat en zolang de Joodse gemeenschap doet wat de landelijke overheid zou moeten doen: mensen beschermen tegen terreur. In die zin helpen wij u aan een self-fulfilling prophecy. U kunt rustig gaan slapen terwijl onze bewakers de wacht houden.
Geen dank.

© David Serphos
________________
Naschrift 6 juni 2014:
http://nos.nl/artikel/657421-extra-beveiliging-joodse-gebouwen.html  

zaterdag 29 juni 2013

Het Midden-Oosten conflict: Barbra Streisand & Mohamed Assaf

Dit weblogartikel verscheen als
gastcolumn in 
het
Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW)
van 28 juni 2013
In mijn kringen lopen de meningen al jaren uiteen of je openlijk kritiek mag uiten op “Israël” (een breed begrip dat alles omvat van het veiligheidshek tot aan de oorsprong van choemoes). Of zelfs kritiek mag hebben op de Joodse gemeenschap. Onder ons is dat helemaal geen issue, want dan zijn de verbale messen meestal vlijmscherp geslepen. Zelfs onder mijn eigen twee kinderen is zowel op Midden-Oosten gebied als ten aanzien van Joods Nederland de havik van de duif te onderscheiden. En al heb ik zelf nooit om een mening verlegen gezeten, ik ben misschien wat genuanceerder dan deze twee studerende vogelsoorten.

Onder mijn kennissen en Twittervolgers wordt die nuance - die ik niet alleen in klein gezelschap, maar ook naar buiten toe uitdraag - me niet bepaald in dank afgenomen. Een bericht op Twitter waarin ik begrip toon voor de Palestijnse zaak of waarin ik afstand neem van een prominente Joodse Nederlander, leidt steevast tot emails en telefoontjes ter rechterzijde van het Joods/Israël-spectrum. En dat is inclusief een aanzienlijke groep volgers uit de Gelderse Vallei en de Veluwe, die in dergelijke kritiek de toorn van de Almachtige vrezen. Andersom garandeert een steunbetuigende tweet aan het adres van een stukje Israelisch regeringsbeleid of voor het behoud van de jongensbesnijdenis in Nederland meteen een tirade van “links” (waaronder begrepen dierenactivisten en de achterban van Een Weinig Joods Geluid).

Thuis is zoals gezegd de kritiek niet mals. “Moest je daar zo nodig iets over tweeten?” wordt me met regelmaat gevraag op vrijdagavond, wanneer we heerlijk aan het Sjabbesdiner zitten. En dan moet ik me linksom of rechtsom – maar meestal simultaan – verantwoorden en verdedigen richting eerder bedoelde havik en duif. Goddank daarvoor, want ik geniet van die scherpe geesten die aan nuance geen enkele boodschap hebben. Wel ben ik benieuwd hoe zij over 25 jaar hierop zullen terugkijken. Ik hoop het ze te kunnen vragen.

Over slechts één onderwerp - waarover ik ook al zéér genuanceerd dacht – heb ik me echter onder druk van mijn vrienden- en kennissenkring overgegeven aan een ietwat extreme opvatting: Barbra Streisand.

Eerder deze maand bezocht ik haar concert in Amsterdam en ik vond het – hoe zal ik het zeggen – matig. Maar wie van de tientallen bekenden ik die avond en sindsdien ook tegenkwam vond het “fantastisch” of zelfs “de beste avond van m’n leven”. Ik kan dat nog steeds niet goed uitleggen. Komt het omdat ze € 200 - € 500 de man hebben neergeteld voor een kaartje en niet willen toegeven dat het een slechte deal was? Of was het omdat je La Streisand niet openlijk mag bekritiseren? Ik denk dat het dit laatste is. Kritiek op deze postergirl van Joodse trots, komt simpelweg neer op niet minder dan Jüdische Selbsthaß.

Hoe het ook zij, na een eerste voorzichtige kritische noot die mij jarenlange vriendschappen dreigde te kosten, heb ik alsnog mijn publieke mening bijgesteld. Wat ik nu vind van Barbra? Het concert was geweldig! Fantastisch! Uniek! En in samenhang met haar optreden voor President Peres in Israël was het ook voor mij achteraf bezien misschien wel “de beste avond van m’n leven”. Laat ik vooral niemand horen zeggen dat Barbra’s 70-jaar oude stem suboptimaal was tijdens dat historische optreden. Nee, wie geen emmer tranen heeft gelaten bij het horen van Barb’s vertolking van het Hatikwa en het Avinoe Malkenoe, kan gewoon niet anders dan een vijand van Israël en van het Joodse volk zijn. Daar zijn we het hopelijk over eens onder het uiteenlopende lezerspubliek van het NIW.

In dat opzicht begrijp ik de uitbraak van euforie in Gaza en op de Westbank heel goed nu het afgelopen weekeinde een Gazaanse Palestijn de Arabische versie van Idols heeft gewonnen. Of je als Palestijn nu achter Hamas staat of van Fatah-huize bent, wat je ook denkt over Abbas, Fayyad of de nogal snel opgestapte Hamdallah, sinds enkele dagen staat iedere Palestijn vierkant achter het jonge symbool van de Palestijnse toekomst: Mohamed Assaf. De diplomatieke status die hij van de UNRWA heeft gekregen, toont aan dat interne politieke meningsverschillen verdwijnen zodra een muzikale ster is geboren.

Politiek gezien is het Israelisch-Palestijnse vraagstuk zo ingewikkeld dat een vreedzame oplossing alleen kan worden bereikt door ware profeten van onze tijd, die zich naar mijn weten nog niet hebben geopenbaard. Iedere opvatting over het gelijk aan de ene zijde is gedoemd te sneuvelen in het geweld van het gelijk ten andere zijde. Ook met twitteren gaan we er niet komen. Ik zeker niet, want nuance is fijn, maar als je de ander niet recht in de ogen kunt kijken, ga je er niet ver mee komen.

Nee, het Midden-Oosten conflict zou misschien het best een schokimpuls kunnen worden gegeven door een duet van Barbra en Mohamed te organiseren ergens onder een olijfboom in Jeruzalem. Ik zal de eerste zijn die daar (weer) € 200 per kaartje aan uitgeeft. En wie niet bij voorbaat durft te beamen dat dit het mooiste zal zijn dat we in ons leven kunnen meemaken, is op mijn Twitter timeline niet welkom, want – dat mag duidelijk zijn - geen vriend van de vrede.

dinsdag 9 oktober 2012

Jodendom en Islam niet op één hoop bij jongensbesnijdenis*

In De Volkskrant (Ritueel) van 6 oktober (“Hoe bang mijn besnijdenis mij maakte”) komt Said El Haji tot de ontdekking dat hij schade heeft ondervonden als gevolg van zijn besnijdenis. 

Zijn behoefte aan afzondering kwam niet voort uit individualisme, weet hij nu zijn moeder hem onlangs uit de droom heeft geholpen: sinds hij twee jaar oud was, begon hij namelijk te huilen zodra hij mensen zag en dat komt doordat hij hen associeerde met de pijn die hem bij zijn besnijdenis was aangedaan.

“Voor alle duidelijkheid, ik ben zelf ook besneden en daar ben ik geenszins rouwig om. […] Ik ben volmaakt onverschillig wat mijn besneden piemel betreft. Het betekent gewoon helemaal niks. En dat is nu juist de reden dat ik bezwaar maak. Want wat heeft een ritueel voor zin als het geen betekenis heeft?”

Dat El Haji zijn zoon niet liet besnijden, zoals hij in januari uitlegde, lijkt me met deze beredenering geheel terecht. Maar waarom moet hij negen maanden later plotseling de Joden erbij halen om zijn overtuiging kracht bij te zetten?
“Onder nabestaanden van de Holocaust wordt voorhuidsbesnijdenis zelfs gezien als wraak op Hitlers poging om de joden uit te moorden.”
Hij slaat hier de plank volledig mis. Als hij de holocaust er dan toch bij wil halen (dat had een Joodse schrijver moeten proberen!), dan was het dichter bij de waarheid geweest om te stellen dat onder veel overlevenden van de holocaust de viering van het Jodendom (in al zijn verschijningsvorm, inclusief de praktijk van jongensbesnijdenis) wordt beschouwd als een overwinning op Hitlers poging het Jodendom uit te roeien. Joden zijn een volk dat mislukte uitroeiïngspogingen viert (Een bekend Joods grapje luidt:“They tried to kill us, we survived; let’s eat!”), niet een van wraak.

Ook sleept hij het Jodendom er bij de haren bij om maar aan te tonen dat Joden en Moslims van hetzelfde laken een pak zijn. Nu ben ik een groot voorstander van het benadrukken van de overeenkomsten tussen Moslims en Joden, om zo meer begrip voor elkaar te kweken.. Maar wat El Haji hier doet is misleidend. Ja, Joden en Moslims besnijden hun zonen. Maar inhoudelijk is de praktijk duidelijk anders. Op eenzelfde demagogische manier heeft men bij de Partij voor de Dieren willen stellen dat Joden en Moslims op dezelfde manier dieren slachten. In beide gevallen geldt dat de praktijk lijkt voor een leek en op het eerste gezicht hetzelfde lijkt, maar dat er inhoudelijk grote verschillen zijn.

Laat ik me in dit geval beperken tot de voorhuidsbesnijdenis:
·         Om te beginnen vindt die bij Joden plaats op de 8e dag na de geboorte. Bij Moslims gebeurt dit in de meeste gevallen als het kind ouder is en al kan praten en lopen, soms op de leeftijd van twee (zoals kennelijk bij El Haji het geval was) maar vaker op 5-, 6- of 7-jarige leeftijd of zelfs ouder.
·         Bij Joden is de jongensbesnijdenis terug te voeren op dat ene heilige boek, de Thora, waarin God aartsvader Abraham gebiedt om zichzelf te besnijden evenals zijn zonen. Voor de volgende generaties moet dat op de 8e levensdag gebeuren. Bij Moslims ligt het ingewikkelder. De verplichting om zonen te besnijden staat niet in de Koran, maar komt in mindere geschriften aan de orde. En van duidelijke tijd- en regelgeving is al helemaal geen sprake.
·         Tenslotte degene die de besnijdenis uitvoert. Binnen het traditionele Jodendom mag dit alleen gebeuren door een moheel, iemand die daartoe speciaal is opgeleid en protocollen volgt. Binnen de Islam gelden ook ten aanzien van dit punt geen strikte regels.

Het is dus zeer goed mogelijk dat El Haji pijn heeft ondervonden toen hij twee was. En ongeacht of hij er nu nog last van heeft (je zal er maar een succesvol schrijver door zijn geworden!), in zijn cultuur is het inderdaad goed mogelijk dat je je als kind goed bewust bent en blijft van dat moment. En dat je daar als volwassene twijfels over hebt. Zeker als je vindt, zoals hij, dat besnijdenis van geen enkele betekenis is.

Anders is het voor Joden gesteld met de b’rith milah. Dit betreft een gebod dat volgens het geloof direct afkomstig is van God. Uit te voeren op de 8e levensdag, wanneer een kind zich nog van niets bewust is, maar de ouders des te meer. En uitgevoerd door een deskundige. Hierin verschillen het Jodendom en de Islam dus inhoudelijk.

Laat El Haji vooral naar zijn eigen piemel kijken om te beargumenteren waarom hij zijn zoon niet heeft besneden en wat zijn moeder ervan vindt. Maar het is onnodig om anderen met oneigenlijke argumenten voor zijn karretje te spannen en af te vallen om uit te leggen waarom hij in januari nog geen last had van zijn besneden piemel en in oktober wel.

* Een verkorte versie van dit weblogbericht verscheen op 9 oktober 2012 onder de kop "Besnijden" als ingezonden stuk in De Volkskrant.

vrijdag 27 juli 2012

De traan en de lach

Morgen, Sjabbat/zaterdag 28 juli, is het Tisja b'Aw, de vastendag van de 9e Aw. Het is de treurigste dag op de Joodse kalender. 


In de na-bijbelse tijd hebben grote rampen op deze dag het Joodse volk getroffen. De Tempel die werd gebouwd door Koning Salomon - de Eerste Tempel -  werd op 9 Aw van het jaar  3338 (423 jaar vóór de moderne jaartelling) verwoest door de Babylonische keizer Nebucadnezar, nadat hij twee jaar eerder Jeruzalem had belegerd. 
Vijf eeuwen later zouden de Romeinen de Tweede Tempel - herbouwd door Ezra en Nechemja - op diezelfde 9 Aw verwoesten. Het was het jaar 3690 (het jaar 70 volgens de moderne kalender).


Alsof dat allemaal niet erg genoeg was, begon op dezelfde dag in 1096 de eerste kruistocht en werden de Joden in 1290 uit Engeland en in 1492 (op 31 juli) uit Spanje verdreven. It's definitely not our lucky day.


Praktiserende Joden onthouden zich op Tisha b'Aw van eten en drinken (inclusief water), van wassen, scheren, het dragen van cosmetica en van het dragen van leren schoenen. Ook sexuele relaties zijn op deze dag uit den boze. Het enige dat op deze dag wordt gestimuleerd, is het studeren van de Torah. De synagoge is grotendeels in zwart gehuld. Als de 9e Aw op Sjabbat valt, zoals dit jaar, verschuift de feitelijke "viering" naar de volgende dag, zondag (om precies te zijn van zaterdagavond tot zondagavond).


Het in herinnering houden van gebeurtenissen uit het verre verleden, is een groot goed binnen het Jodendom. Niet alleen de (weinige) vrolijke momenten uit de door vervolging gekleurde Joodse geschiedenis, zoals Poeriem (het lotenfeest) en Chanoeka (het lichtenfeest), maar vooral ook de pijnlijke momenten komen opvallend vaak op de Joodse kalender voor. Naast de vastendag van Tisja b'Aw, is er de vastendag van 17 Tammoez (3 weken eerder), waarop de val van de muren van Jeruzalem wordt herdacht, twee jaar voordat de eerdergenoemde Nebucadnezar de Eerste Tempel verwoestte. Deze dag luidt een periode van drie weken van rouw in. We hebben ze net achter de rug. Onder rouw wordt hier in het algemeen verstaan dat men de haren niet knipt, dat mannen zich niet scheren en dat er niet naar muziek wordt geluisterd. Er worden geen feestelijke maaltijden (met name geen vlees) genuttigd en er vinden geen huwelijken plaats. 


Dan zijn er nog Jom Kipoer (Grote Verzoendag), ook een vastendag, en een aantal andere "kleinere" vastendagen. Het is niet mijn bedoeling om volledig te zijn, maar het punt dat ik wil maken is: als je echt Joods wil leven, is het niet altijd feest. Verre van. En als het al feest is, bijvoorbeeld Rosj Hasjana (het Joodse nieuwjaar), dan is er geen vuurwerk en dan staan we niet om middernacht met champagne in ons hand. Men gaat twee dagen lang naar de synagoge en onthoudt zich van werken. Ik word er niet vrolijk van.


Halverwege herdenken en vieren, komen we Pesach (in het Nederlands helaas met Joods Pasen aangeduid, een misnomer) tegen, de week waarin de uittocht uit Egypte centraal staat, nadat het Joodse volk eeuwenlang als slaven onder de Pharaoh leefde. "God leidde ons met sterke hand en uitgestrekte arm uit Egypte", lezen we elk jaar in de Haggadah, het verhaal van onze bevrijding uit slavernij. We eten goed, we drinken er wat wijn bij, maar verder blijft het beschaafd. Belangrijk is dat we het verhaal aan de kinderen vertellen, zodat zij het weer aan de volgende generatie kunnen overbrengen. 

Echt los gaan sommigen alleen op het eerdergenoemde Poeriem. Dan wordt gevierd dat het plan van Haman, de grote antisemitische onderminister ten tijde van de Perzische koning Achasjwerosj (andere spellingen zijn ook toegestaan) om de Joden in het rijk uit te roeien, dankzij de Godvrezende Jood Mordechai en zijn beeldschone nichtje Esther, die een relatie met de koning kreeg, kon worden verijdeld. Achashverush (om maar een andere variant te gebruiken) hing als geste naar zijn Esther, Haman en zijn hele familie aan de galg. De Joden gingen uit hun dak en lieten zich niet van hun beste kant zien. We kunnen ook niet zo heel goed tegen drank en als de opdracht bovendien luidt om te "drinken totdat je het verschil niet weet tussen (vervloekt zij) Haman en (gezegend zij) Mordechai", tja dan krijg je Joods-Perzisch hooligangedrag. Vandaag-de-dag zorgen we ervoor dat het dronkenschap binnen de perken blijft. Maar die Ahmadinejad (herkent u daar ook de naam Haman+ in?) in het Perzië van vandaag, die houden we goed in de gaten.


Maar ik glij af van waar ik het met u over wilde hebben.
Die vele treurdagen op de Joodse kalender, die zorgen ervoor dat we weten waar we vandaan komen. En dat het dankzij ons rotsvaste geloof in God steeds goed komt. Ook als de situatie uitzichtloos lijkt wanneer mensen ons onze tradities en onze riten willen ontnemen. En wanneer ze hun moordlust, haatgevoelens en frustraties op ons loslaten in allerlei variaties op het thema antisemitisme.


Zo heeft het sjechieta-team van het NIK en de NIHS er onlangs voor gezorgd dat het dreigende verbod op de kosjere slacht werd teruggedraaid, maar sommigen zien in deze wonderbaarlijke turn-of-events toch ook duidelijk de Hand van God. Ik was erbij en ik moet bekennen dat ik de drastische ontwikkelingen tussen de Tweede en de Eerste Kamer niet voor mogelijk had gehouden zonder een beetje hulp van Boven. Niet voor niets zijn er dankgebeden uitgesproken toen de val van de Partij voor de Dieren volgde op de eerdere hoogmoed. 


En dan speelt er nu weer iets anders. Nabestaanden van de 11 Israëlische atleten die tijdens de Olympische Spelen van Munchen in 1972 door terroristen van Zwarte September werden vermoord, hebben er bij het IOC op aangedrongen om vandaag  tijdens de opening van de Spelen in Londen 40 jaar na dato, één minuut stilte in acht kan worden genomen om deze aanslag op 11 sportmensen te herdenken. Het IOC is gezwicht voor de druk van de deelnemende Arabische landen en dat ene minuutje komt er vanavond dus niet. Op de een of andere manier is zelfs het woord racisme in verband gebracht met het verzoek om dat ene minuutje. Nou ja, ze doen maar. Of in dit geval: ze laten maar.


De Joodse gemeenschap stond en staat wèl stil bij de laffe moord van 40 jaar geleden. Vandaag werd in Londen, buiten het bereik van Jacques "Haman" Rogge een herdenkingsceremonie gehouden en morgen wordt in verschillende synagogen een speciaal Jizkor/herinneringsgebed uitgesproken om de slachtoffers van het Palestijnse terreur van toen te herdenken. Het zijn: Moshe Weinberg, Yossef Romano, Ze'ev Friedman, David Berger, Yakov Springer, Eliezer Halfin, Yossef Gutfreund, Kehat Shorr, Mark Slavin, Andre Spitzer en Amitzur Shapira. Laten we hun namen hardop uitspreken, opdat ze onze herinnering blijven. In de goede Joodse traditie treuren we om wat hen om hun Joods-zijn is aangedaan en we zullen het vertellen aan onze kinderen en kleinkinderen. 


Want hierin schuilt de kracht en het Jodendom: het enige èchte feest dat wij vieren is het feest van de overdracht op volgende generaties, waarmee God ons blijft zegenen. En daar word ik dan weer wel vrolijk van!


Als u eraan doet, wens ik u een goed vasten.